zoekresultaten

Wolluis (citruswolluis, langstaartwolluis)

e-mail
e-mail
print
print

pdf

Gewas: Sierteelt

Wetenschappelijke naam: Planococcus citri, Pseudococcus longispinus

Groep: Insecten « Vorige pagina

Wolluis (citruswolluis, langstaartwolluis) 1 Wolluis (citruswolluis, langstaartwolluis) 2
Wolluis Eizak van wolluis

Wolluis (citruswolluis, langstaartwolluis) 3

Wolluis (citruswolluis, langstaartwolluis) 4

Wolluis in een rozengewas Wolluis in een potplant

Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.
© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD



Herkenning

Wolluizen hebben hun naam te danken aan het feit dat het lichaam van de vrouwtjes in het derde nymfenstadium bedekt is met wit, wasachtig materiaal in de vorm van poeder, draden, uitsteeksels of plaatjes.

In kassen komen wolluizen veel voor in siergewassen en in mindere mate ook in tomaat (Pseudococcus affinis) en andere vruchtgroenten. Ze zuigen aan de planten waardoor de groei wordt geremd, misvormingen ontstaan en bladvergeling kan optreden. Dit laatste kan tot gevolg hebben dat planten hun blad verliezen. Ook kan schade aan bloemen en vruchten optreden.

Doordat het plantensap dat de wolluizen op zuigen weinig eiwitten (en veel suikers) bevat moeten ze grote hoeveelheden sap opnemen om aan voldoende eiwitten te komen. Het te veel aan plantensap met suikers wordt uitgescheiden in de vorm van honingdauw . Op de honingdauw ontwikkelen zich roetdauwschimmels. Deze vervuiling van het gewas (bladeren) belemmert de planten in hun fotosynthese (aanmaak van voedingsstoffen) en dus in de opbrengst.

Honingdauw, roetdauwschimmels en de witte, wasachtige afscheiding van de wolluizen verminderen ook de sierwaarde (bloemen en potplanten) van de planten. Deze worden vaak onverkoopbaar. Ook bij groentegewassen vermindert de opbrengst door vervuiling van de vruchten.

Wolluizen komen vaak in haarden voor. Ze kunnen zich niet over grote afstanden verspreiden. Mensen die gewasbehandelingen in kassen uitvoeren zijn de belangrijkste verspreiders.

Levenswijze

De levenscyclus bestaat uit een eistadium, drie nymfenstadia en een volwassen stadium. De ontwikkelingssnelheid is afhankelijk de temperatuur, de waardplant en de relatieve luchtvochtigheid. Temperatuur heeft invloed op de ontwikkeling van ei tot volwassen wolluis. De relatieve luchtvochtigheid vooral op de ontwikkeling van de eieren.

De vrouwtjes zijn ongevleugeld en kunnen 5 mm lang worden. De mannetjes worden niet grote dan 1 mm en zijn gevleugeld. Ze hebben geen monddelen en kunnen dus geen voedsel opnemen. Ze leven dan ook kort en in die periode gaan ze opzoek naar vrouwtjes om die te bevruchten. Sommige wolluissoorten kunnen zich ook ongeslachtelijk voortplanten (parthenogenese).

De vrouwtjes leggen de eieren in een eizak gemaakt van schuimmassa en wasdraden. Dit geheel is kleverig en kan gemakkelijk aan kleding en handen worden meegedragen en verspreid.

Citruswolluis:

Citruswolluis komt over de hele wereld voor en heeft zeer veel waardplanten. Het insect veroorzaakt schade in fruitbomen en veel siergewassen, maar kan ook voorkomen in komkommer, meloen en aubergine. Ze zitten vaak op de groeipunten en in de oksels van de planten.

Bij Citruswolluis komt alleen geslachtelijke voortplanting voor. De populatie bestaat voor 50% uit mannetjes en 50% uit vrouwtjes. Doordat de mannetjes zeer kort leven worden ze niet in grote aantallen waargenomen.

De generatieduur van ei tot volwassen wolluis is bij 22º C 46 dagen en bij 26º C 32 dagen. De vrouwtjes kunnen na de paring 100 tot 600 eieren leggen. De eilegperiode duurt ongeveer 1 tot 2 weken.

Langstaartwolluis:

Langstaartwolluis komt van nature voor in tropisch en subtropische gebieden. De waardplanten reeks is kleiner dan die van de Citruswolluis. Vooral sierplanten worden door de Langstaartwolluis aangetast. Ze houden van een warme vochtige omgeving en zijn vaak te vinden in de okselknoppen.

De Langstaartwolluis is te herkennen aan de lange wasdraden (filamenten) aan de achterzijde van het lichaam. De voortplanting gebeurt zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk. De vrouwtjes leggen geen eieren, maar zijn levendbarend (vivipar). Ze produceren circa 200 jongen (nymfen) in 2 tot 3 weken.

De levenscyclus duurt in de zomer ongeveer 6 weken en in de winter ongeveer 12 weken.

 

Maatregelen

Hygiëne tijdens de opkweek en de teelt is belangrijk evenals intensief scouten om een aantasting in een vroeg stadium te ontdekken.

Wolluizen zijn moeilijk te bestrijden. Dit heeft twee oorzaken. Ten eerste zijn er slechts enkele chemische middelen beschikbaar. Ten tweede is het moeilijk met de huidige toedieningstechnieken de middelen daar te brengen waar de wolluizen zich in het gewas bevinden.

Het is mogelijk wolluizen biologisch te bestrijden met lieveheersbeestjes en sluipwespen, maar ervaringen daarmee zijn beperkt.

Informatie over chemische gewasbeschermingsmiddelen is te vinden op de site van het CTB (College Toelating Bestrijdingsmiddelen).