zoekresultaten

Duponchelia rups

e-mail
e-mail
print
print

pdf

Gewas: Siergewassen, Potplanten

Wetenschappelijke naam: Duponchelia fovealis

Groep: Insecten « Vorige pagina

Duponchelia rups 1 Duponchelia rups 2
Rups Duponchelia Vrouwtje Duponchelia

Duponchelia rups 3

Duponchelia rups 4

Schade aan de plantvoet Uitval bij Begonia

Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.
© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD



Herkenning

De vlinder komt sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw in Nederland voor. De vlinders/motten zijn licht- tot donkerbruin. Op de vleugels is een witte kronkelende lijn zichtbaar.

Het opvallend lange achterlijf staat omhoog gebogen. De vleugelspanwijdte is 9 tot 12 mm. De vlinders/motten kunnen goed vliegen en verspreiden zich daardoor goed in een gewas. De rupsen vreten aan allerlei gewassen en veroorzaken daardoor veel schade in siergewassen o.a. potplanten (Kalanchoë, Cyclamen, Begonia). De rupsen kunnen zich invreten in de stengel en zijn te vinden op vochtige plaatsen, voornamelijk onderin het gewas of in te hart van de plant. Vaak ook op afstervend organisch materiaal op de grond. In potplanten kunnen ook de wortels worden aangevreten.

Levenswijze

De vrouwtjes zetten de eieren vaak onderin het gewas af. De kleur van de eieren is roze-rood en ze worden in groepjes afgezet aan de onderkant van de bladeren op of bij de nerven aan de stengelbasis. Na circa 8 dagen komen de rupsen uit het ei. Ze zijn 20 tot 30 mm lang en roomwit van kleur met een donkere kop en bruine schildjes op het lichaam. Na ongeveer vier weken zijn de rupsen volgroeid en gaan verpoppen. Het popstadium duurt één tot twee weken.

De levenswijze van de rupsen verschilt echter sterk van die van andere rupsen doordat ze zich ophouden diep verborgen/verscholen in een gewas en niet of nauwelijks op de bladeren.

Maatregelen

Bestrijding van de rupsen is lastig in verband met de verborgen levenswijze. Het biologisch middel Bacillus thuringiensis heeft een goed effect tegen de rupsen. Probleem is alleen hoe het middel bij de rupsen te krijgen. Onderdoor spuiten met een spuitstok is aan te bevelen voor gewassen waar de spuitvloeistof van de plant afloopt zoals bij Kalanchoë (paraplueffect). Bovenlangs spuiten is effectief wanneer de spuitvloeistof in het hart van de plant kan lopen bijvoorbeeld bij Cyclamen (trechtereffect). De motten zijn alleen te bestrijden met breedwerkende chemische middelen.

Biologische bestrijding is mogelijk door het inzetten van bodemroofmijten in potgronden. Daarnaast is er een roofkever die in staat is zich te voeden met eieren en jonge rupsen van Duponchelia.

De aanwezigheid van motten/vlinders kan worden vastgesteld met feromoonvallen of lichtvallen. Insectengaas in de luchtramen is zeer effectief bij het voorkomen van een aantasting.